top of page
  • @tijnsadee

Hongaarse ziel te koop in Brussel

Je zou maar EU-ambassadeur namens Hongarije zijn. Op dit moment is dat Bálint Ódor. En als gezant namens de Hongaarse premier Viktor Orbán in de Europese politieke arena heeft Ódor de minst benijdenswaardige baan in Brussel.


Keer op keer moet hij namens zijn baas leugenachtige orders uitvoeren waar zelfs de sluwste topdogs in de Brusselse bubbel zich voor zouden schamen. In deze laatste dagen van 2022, waarin Orbán miljarden aan EU-subsidies dreigt te verliezen vanwege de aanhoudende corruptie in zijn land, maak ik me wel eens zorgen over de nachtrust van Ódor. Stel je zijn dilemma even voor. Ódor is één van de 27 EU-ambassadeurs, een groep door de wol geverfde topdiplomaten. Vaak kennen ze elkaar nog van een eerdere standplaats in Senegal, Ecuador of een ander Verweggistan, waar ze als beginnende ambassadeurs naar dezelfde recepties moesten. Wie weet vielen ze er ooit in elkaars armen tijdens een met drank overgoten diner dansant.


Principes? Wélke dan?


Nu zijn ze ouder en wijzer, en ze zijn de uitverkorenen, de ‘Permanente Vertegenwoordigers’ die in Brussel op het allerhoogste niveau de belangen van hun land verdedigen. Ze zijn de ogen en oren van hun regeringsleiders. En in het beste geval bereiden ze in taaie onderhandelingen de compromissen voor die hun bazen op een EU-top alleen nog maar hoeven af te hameren.


Lees mijn column verder op Brusselse Nieuwe




17 weergaven0 opmerkingen
bottom of page