• Tinne Horemans

Vrouwen maken het verschil in Kosovo

Kosovo wordt wel ‘s het ‘jongste land van Europa’ genoemd. Meer dan de helft van de Kosovaren is jonger dan 25.

“Helaas willen vele jongeren hier weg, vanwege de hoge werkloosheid en het gebrek aan mogelijkheden.” De Kosovo-Albanese Nita Deda toont ons de centrale laan van Pristina, de Moeder Theresa Boulevard (Albanees: Bulevardi Nënë Teresa). Vroeger heel druk, maar sinds enkele jaren een voetgangerszone.


Moeder Theresa Boulevard, Pristina

“Kosovaarse jongeren voelen zich opgesloten. We kunnen niet vrij reizen. Zonder visum komen we een EU-land niet in. 23 jaar na de oorlog is Kosovo nog altijd geïsoleerd.”

We lopen met z’n drieën de Boulevard af richting Foundation 17, een stichting die in 2018 werd opgericht door twee Kosovaarse vrouwen, Nita Zeqiri en Ajeta Kërqeli. Via deze stichting willen zij het culturele erfgoed van Kosovo beschermen en Kosovaarse jongeren ‘met éénder welke genderidentiteit’ helpen het heft in eigen handen te nemen. In 2021 openden deze twee vrouwen ook Galleria 17, dat baanbrekende tentoonstellingen uit Kosovo en de regio herbergt.


“Mama!” Aan de overkant van de straat, wacht Nita’s moeder met ‘n vriendin tot het verkeerslicht op groen springt.

“Wat een toeval, mama!” Nita omhelst haar moeder zodra die het voetpad aan onze kant op loopt. Met haar zwarte oorbellen, grote zonnebril en perfect gecoiffeerd kapsel straalt ze klasse uit.

“Mijn moeder was de éérste vrouwelijke studente tandheelkunde en de éérste vrouwelijke tandarts van Kosovo.”




“Maar ondertussen ben ik met pensioen, hoor!”

Nita’s moeder lacht onbedaarlijk, alsof ze het maar niet kan geloven: haar dochter precies nú het pad kruisen.

“Ach, Kosovaarse vrouwen zijn sterk, ze zijn ambitieus”, legt Nita' s moeder uit. “Wij moeten twee keer zo hard vechten, dus hebben we twee keer zo veel energie. Ik denk dat in Kosovo vrouwen het verschil maken.”


Nita kijkt haar moeder trots aan. "In de jaren '90 werd m'n moeder, net als haar collega's ontslagen."

De jaren waarin Kosovo nog een provincie was van Servië en de Albanese meerderheid in Kosovo door de Serviërs werd onderdrukt. Spanningen stegen tussen Albanezen en Serviërs. In 1998 brak de Kosovo-oorlog uit, die in 1999 werd beëindigd met NAVO-bombardementen op doelen in Servië. In 2008 riepen Kosovo-Albanezen de onafhankelijkheid van Kosovo uit. Zwaar tegen de zin van de Serviërs.


Tijdens die periode van Servische onderdrukking “heerste een ongelooflijk gevoel van solidariteit en verzet! In haar achtertuin gaf mijn moeder les aan drie klassen, om zo het schoolsysteem in leven te houden. Zij is één van de mensen die het land draaiende hield in bikkelharde tijden.”


Hoewel veel getalenteerde jonge Kosovaren het land intussen voorgoed verlaten hebben, is Nita Deda gebleven. “Ik studeerde in de VS en mijn visum verviel, dus ik moést wel terug naar Kosovo”, lacht ze.

“Kosovo was net onafhankelijk en in volle transformatie. Ik kreeg de ene mogelijkheid na de andere. Ik klopte aan bij Docufest [een documentaire- en kortfilmfestival in Prizren, het zuiden van Kosovo] waar de organisatoren me met open armen ontvingen. Tien jaar lang heb ik voor Docufest gewerkt, vier jaar lang heb ik het filmfestival geleid. Ik heb er zo veel geleerd, zo veel boeiende mensen ontmoet, met allemaal dezelfde drijfveer: we gaan iets máken van ons land. Het was een onvergetelijke tijd.


Toen mijn visum destijds verviel en ik van de VS weer naar Kosovo moest, voelde ik me verdrietig, maar vandaag denk ik: het was een godsgeschenk.”


In LeBors Slobodans Milosovic: een biografie las ik enkele weken later dit fragment, mooi als achtergrond bij bovenstaande blog:


"Sinds Milosevic in 1989 de autonomie van Kosovo had opgeheven, balanceerde de provincie op de rand van een burgeroorlog. Milosevic had elke politieke oppositie tegen zijn nationalistische beleid systematisch de kop ingedrukt met behulp van een zwaarbewapende paramilitaire macht die nooit aarzelde zijn toevlucht te nemen tot geweld. Albaneestalige kranten en tv-stations werden opgeheven. Scholen en universiteiten gingen dicht. Alle Albanese hoogleraren werden van de universiteit van Pristina verdreven. Honderdduizenden werknemers, van artsen tot vuinismannen, verloren hun baan bij een massale zuivering van het overheidspersoneel." (p. 256)



40 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven