• @tijnsadee

Vloeken op de burcht van Orbán

“Kijk, dat is mijn oma! Zij zat als kind toen ook op de trein richting hoop.” In een museumzaal op de Burcht in de Hongaarse hoofdstad Boedapest wijst Orsolya Réthelyi naar een vergeelde foto van een meisje in de tuin van een Vlaams gastgezin. Met gelukzalige blik drukt ze een harige poedel tegen haar borst. “Lief hè! Oma was toen één van de ruim 60 duizend Hongaarse kinderen die na de Eerste Wereldoorlog per trein werden vervoerd naar België en Nederland waar ze door families werden opgevangen. Ze kwamen er totaal verzwakt en uitgehongerd aan.”


Verliezers


‘Bestemming Hoop’ heet de tentoonstelling over de Hongaarse Kindertreinen die curator Orsolya op de Burcht heeft ingericht. Het vertelt het bijna vergeten verhaal over een unieke hulpactie in de eerste jaren na WOI, toen verliezende landen als Hongarije achterbleven in armoede en politieke chaos. Kinderen stierven er door kou en ondervoeding op straat. Het westen moest wat doen, vond de diplomaat Jan Clinge Fledderus die in die jaren Nederland in Hongarije vertegenwoordigde als consul-generaal. “Zijn bemoeienis is het startsein geweest voor de hulptreinen”, zegt Orsolya. Fledderus’ initiatief zou uitgroeien tot een internationale organisatie waaraan families in Nederland en België en, in mindere mate, Zwitserland, Zweden en Groot-Brittannië meewerkten. Op het Keleti-station in Boedapest vertrokken de huilende kinderen, uitgezwaaid door hun ontredderde ouders, om na drie dagen boemelen aan te komen bij een gastgezin. “De meeste kinderen belandden in Nederland, ze bleven er een half jaar om aan te sterken. Maar er zijn er ook die nooit meer terugreisden naar Hongarije en als Nederlanders opgroeiden.”


Lees deze column verder op de website van Brusselse Nieuwe




38 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven