• Tinne Horemans

Van sjoa naar rood, grijs & zwart

"Marcus zou zijn hele leven lang met eerbied over zijn vader spreken. Hij vereerde hem als een Bijbelse aartsvader: 'Een indrukwekkende man met een grote intelligentie en een sterk karakter.' De vroege dood van Jacob, in 1914, zal zeker aan de aureool hebben bijgedragen waarmee zijn jongste zoon hem omgaf. Maar ook Sonja, die drieëntwintig jaar was toen haar vader overleed, prees hem als een rustige man, een denker, een idealist die weloverwogen was in zijn morele stellingnamen en hartstochtelijk in zijn politieke keuzes. Hij negeerde het verbod op samenscholing en nodigde de kaderleden van de Bund [Algemene Joodse Arbeidersbond] bij zich thuis uit. Tot 1905 deelde hij hun streven naar geleidelijke veranderingen.

Het neerslaan van de opstand veranderde hem in een grimmige pessimist. Het tsaristische Rusland, besefte hij toen, zou nooit van binnenuit hervormd kunnen worden. In Dvinsk [het huidige Daugavpils, in het zuidoosten van Letland] schoten de soldaten met scherp en doodden negen betogers. Erger nog was de leuze die de Russische nationalisten in de daaropvolgende maanden aanhieven: 'Vernietig de Joden en red Rusland.' Na 1905 bezocht Jacob de bijeenkomsten van de zionisten en besloot hij zijn jongste zoon een strikt religieuze opvoeding te geven.


Tot zijn vierde jaar gaven de doktoren Marcus weinig kans. Hij was voortdurend ziek, maar later bleek door een gebrek aan calcium. Volgens zijn zus Sonja at hij op een gegeven moment het pleister van de muren thuis uit een instinctieve behoefte aan kalk. Om aan te sterken werd hij naar een boerenfamilie in een dorpje ten noorden van Dvinsk gestuurd, waar hij dagelijks een kwart liter melk moest drinken.

Met een onverzadigbare eetlust, die hem nooit meer verlaten zou, keerde hij naar de stad terug. Aan zijn dochter vertelde Marcus een halve eeuw later dat hij schaatsend over de dichtgevroren rivier naar school ging, aan een vriend hoe schitterend de Russische zonsondergangen waren. Tegen een andere vriend zei hij dat hij zijn schooltas altijd op de rug droeg omdat antisemitische jongens stenen naar hem gooiden. Een verhaal dat in Daugavpils als onzin van de hand werd gewezen: alle kinderen droegen in die tijd een tas op de rug.

Even twijfelachtig is de geschiedenis die hij over zijn familie vertelde. Kozakken namen de Joden van een dorp mee naar de bossen lieten hen een massagraf graven. Dat grote vierkante graf zag hij zo goed voor zich dat hij er vrijwel zeker van was dat het gebeurde aan het begin van zijn leven had plaatsgevonden. Hij voegde eraan toe dat het beeld van het graf hem altijd achtervolgde en dat het op een diepe manier opgesloten zat in zijn schilderijen. Een paar jaar later beweerde hij zelfs dat hij getuige was geweest van het graven van een massagraf en van de daaropvolgende slachting.

Ik leg het Alexander Volodin voor, geschiedenisleraar in Daugavpils. Hij is stellig: in Dvinsk hebben nooit pogroms plaatsgevonden. Pogroms waren trouwens kloppartijen die meestal gepaard gingen met brandstichting. 'Het is mogelijk dat Rothko van zijn vader over de pogroms in Litouwen heeft gehoord, maar die eindigden niet met massa-executies. De nazi's lieten hun Joodse slachtoffers graven delven voor ze werden neergeschoten; die macabere praktijk hoorde bij de sjoa. Het is onmogelijk dat Rothko daar een glimp van heeft opgevangen; hij woonde toen al bijna dertig jaar in de Verenigde Staten [waar hij in 1940 zijn naam liet wijzigen: Marcus Rothkowitz werd Mark Rothko]. Het is opvallend dat hij zich zo vereenzelvigd heeft met de sjoa.'


Direct na de Tweede Wereldoorlog schilderde hij zijn eerste abstracte doeken, die vol dreiging zaten. Rood, grijs en zwart werden zijn overheersende tinten."


Fragment uit Baltische Zielen van de Nederlandse schrijver Jan Brokken (2018)



Rothko

23 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven