• Tinne Horemans

Op de fiets door Belgrado

‘’Wie legt er nou een wekkerradio óp de televisie… ?’’


‘’Dat is geen wekkerradio, hoor, dat is een módem.’’


Het is donderdagavond, en ik doe mijn koffer open in een kamer vol oude zooi. We maken ons op voor de eerste nacht in Villa Forever, Belgrado. Een hotel niet ver van de Sava, zonder iets nieuwerwets of moderns, en daar hou ik van, moderne hotels geven me ’t gevoel dat ik net zo goed aan de andere kant van de wereld had kunnen zitten. Aan de buitenmuur, die uitkijkt op een drukke, smalle doorgangsweg met hoge bebouwing, onder de buitenunit van een airco die je hier in alle steden ziet, hangen dertien bloempotten, met bloemen telkens in een andere kleur. Op het binnenpleintje een wandklok uit 't jaar stillekes en een drankkoelkast ‘enkel voor het personeel’, in de hotelkamer óp de televisie een modem, eronder bungelt een verdeelstekker.




E-bike


Vanavond spraken we Ralph van der Zijden, een Nederlander die in Belgrado een fietsverhuurbedrijf heeft opgericht. We dineerden in ons lievelingsrestaurant Old Hercegovina. Een klassiek restaurant in het centrum van de stad met een traditionele Servische keuken. Je eet er altijd met andere Serviërs. Het personeel ziet er piekfijn uit (wit hemd, zwarte broek), is altijd slechtgehumeurd en vraagt nooit of het eten heeft gesmaakt.

‘’Haal morgen twee e-bikes bij me op. Je fietst langs de Sava zo naar het Zigeunereiland'', zegt Ralph bij het afscheid. We willen de hitte in Belgrado morgen ontvluchten – het wordt 31 graden. Op weg naar het hotel, lopen we door de oude binnenstad. Over de makadam, door de uitgaansbuurt Skadarlija. In bijna elke bar, op het terras onder de luifel, speelt een Servisch bandje. We blijven even staan bij twee zigeunerkinderen die op straat luid meezingen.


Vrijdag 18 juni word ik verliefd op de e-bike. Off, eco, normal, high… Als je van je tiende tot je achttiende in de Kempen elke dag dezelfde, kaarsrechte, ellenlange, doodsaaie fietstocht maakte naar school en weer terug op een ‘normale’ fiets, die ik uit apathie en verveling telkens liet uitbollen tot ik bijna omviel, weet je wat een luxe dit is. We fietsen langs de Sava naar het eiland. Daar eten we alweer traditioneel Servisch, in een restaurantje aan de rivier.



Moskouhotel


Zaterdag 19 juni spreken we de Servische schrijver Vladimir Arsenijevic in het Center for Cultural Decontamination. In de grote winkelstraat – de Kneza Mihaila – laveren we tussen de voetgangers naar het Moskouhotel (Hotel Moskva, 1908). ‘’Dit was begin 2000 in vervallen staat. Daar parkeerde ik m’n oude Mercedes. Je kon hier slapen voor een prikje’’, zegt Tijn, terwijl ik bij binnenkomst niet weet waar ik het eerst naar zal kijken. Naar de immense muurschildering voor me, met gesluierde vrouwen in aanbidding voor een geharnaste man, de schitterende kroonluchters boven me of de wonderschone hotellobby in belle époque-stijl links van me.


Een alternatief parlement


We fietsen verder over de Kralja Milana en stoppen voor een standbeeld van Ruslands laatste tsaar, Nicolaas II. Een geschenk van de Russen die ook de opknapbeurt van het park aan de andere kant van de weg financierden. We fietsen door het Pionirskipark tot bij het Servisch parlement aan de overkant van het park. Voor het parlement staat een tentenkamp opgesteld, met Servische vlaggen, posters en een reusachtige banner met het hoofd van Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Vier doorrookte Serviërs zitten aan een tafeltje met pakjes sigaretten, een volle asbak en koffie, op een strandstoeltje of een omgekeerde bierkrat. Het is half elf in de ochtend. ‘’Dit is een tijdelijk, alternatief parlement’’, zegt een van de Serviërs met een zwart staartje en en kortgeschoren hoofd. We krijgen een lekker kopje koffie. We bedanken voor een sigaret.




''Waarom Lavrov?''

''Ik word niet gecensureerd?''

''Nee.''

''Serviërs en Russen hebben een sterke band. Dat is al eeuwen zo. We zijn Slaven, we zijn orthodox. Lavrov steunt orthodoxe christenen, overal in Europa. Het Servische volk heeft niets: we zijn arm, we hebben geen werk. Onze politici (hij wijst naar achteren) vertegenwoordigen ons niet, steunen ons niet, ze zijn corrupt. Weet je trouwens dat de mainstreammedia niets over ons hebben gemeld? We zitten hier sinds januari. In de vrieskou.''

''De Russen steunen jullie, zeg je. De Russen die een oorlog startten tegen Oekraïne?''

''Hoezo? Een oorlog? Ik noem het een ‘militaire operatie'.


Russen op de vlucht


‘’Oh, die waanzinnigen zitten al maanden voor het parlement. Hebben jullie hen werkelijk geïnterviewd?’’ Het is avond en we drinken een glas met een bevriende Servische journaliste, in het tuinrestaurant Bajloni Bar & Beyond. Verder aan tafel haar Russische vrienden Ilja en Nina, een piepjong koppel, net getrouwd, beiden journalist, meteen gevlucht toen Rusland Oekraïne binnenviel. En Olga, een dertiger vermoed ik, vertaalster en moeder van twee kinderen, ook gevlucht. Haar man is Serviër, afkomstig uit Belgrado.


‘’Ken je Tijl Uilenspiegel. Van Charles De Coster?’’ vraagt Olga zodra ze hoort dat ik Belg ben. ‘’Als kind was ik gek op dat boek.’’ Olga spreekt bevlogen, in vlekkeloos Engels. Gepassioneerd, met eindeloos enthousiasme spreekt ze over boeken, taal, Rusland, geschiedenis – wat dan ook. Iedere keer als de oorlog ter sprake komt, zie ik hoe haar gezicht van de pijn vertrekt en haar ogen vochtig worden. Ik voel me wel eens schuldig over mijn verdriet, zegt ze, die arme Oekraïners hebben zo veel meer pech.


Min 40 graden


‘’Ik heb het gevoel dat de Russische geschiedenis zichzelf eindeloos herhaalt'', zegt Olga. ''Russen hebben zo veel meegemaakt. Mijn overgrootmoeder vluchtte tijdens Stalins Grote Terreur de bossen in, met acht kinderen. Twee jaar lang leefde ze in de bossen. Met acht kinderen. Stel je voor. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen? Ik kom uit Toeva, weet je wel, helemaal in het zuiden van Rusland. In de winter kan het daar - 40 tot -50 graden koud worden.’’


Hoe overleef je zo’n winter?


‘’Inmiddels woonde ik al een hele tijd in Moskou, maar als kind trok ik vier, vijf lagen kledij over elkaar heen aan. Zo leefden we en sliepen we.’’


Bij het afscheid zeg ik Olga hoezeer ik onder de indruk ben van het verhaal over haar overgrootmoeder.


‘’Oh, Tinne, dit is niets bijzonders. Werkelijk niet.'' Ze maakt een wegwerpgebaar.


Elke Rus, echt élke Rus, kan je dit soort familieverhalen vertellen…’’



114 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven