• @tijnsadee

Gaten in het hek rond Fort Europa

Alsof ze elkaar ’s nachts stiekem, zonder dat hun baasjes het in de gaten hadden, hebben opgezocht onder de boom. Twee verliefde Lada’s, met het schaamrood van de opwinding op de gammele carrosserieën. Isten hozott Homorúdán, staat in kleurige letters op de gevel van de stierenboerderij in het Hongaarse grensdorp Homorúd: ik word door de bewoners een goddelijk welkom geheten.


Met de veerboot bij Mohács ben ik door de ochtendmist over de Donau gestoken, op weg naar het migratiekamp in het Servische stadje Sombor. Het is een afstand van niks. Maar ik rij van de hemel naar de hel. Kijk maar naar mijn fotocollage onderaan deze column: tussen de Lada’s en het kamp zit 25 kilometer, amper een half uur rijden.


Het drassige land in dit grensgebied, met meertjes en kronkelige kreken, wordt in betere tijden bezocht door vogelspotters die er stilletjes in kano’s rondvaren, op zoek naar zeldzame exemplaren. Maar vandaag stuit ik op stationair-ronkende auto’s van de Hongaarse grenswacht. Overal in de berm staan ze op de uitkijk naar migranten die hier vanuit Servië de Europese Unie proberen binnen te komen.


Balkanroute


Als de nevel is opgetrokken zie ik de contouren van de ‘muur van Orbán’, het enorme hekwerk dat de Hongaarse premier Viktor Orbán liet bouwen na de grote migratiecrisis van 2015. Toen ging het om ruim een miljoen mensen – vooral Syriërs op de vlucht voor de oorlog in hun land – die Europa probeerden te bereiken.


Lees deze column verder op Brusselse Nieuwe




7 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven