• Tinne Horemans

Boldog Karácsonyt. Kerst in Hongarije

In de kerk van een Hongaars dorp zitten we op de eerste rij. Voor de kerstviering. "Péntek, kettö harminc!" zei Renate van het winkeltje een paar dagen eerder. "Vrijdag, twee (uur) dertig!" Haar man Zoltán - 'Zoli' voor de vrienden - en zijzelf versierden alvast de kerstboom in de kerk.





Als we de dag van de viering naar de kerk gaan, treffen voor de kerkdeur onze buurvrouw Agota. En haar studerende zoon. Uit de grote stad Pécs verderop naar het dorp gekomen voor kerst.



Terwijl ik naar de gebeden en liederen in het Hongaars luister, kijk ik om me heen: achter in de kerk zie ik Konrád, die met regelmaat op een eigenaardige, zelfgemaakte tractor-mobiel door het dorp racet, met zijn handen devoot gesloten, op zijn knieën. De hele kerstviering lang blijft hij op die manier voor zich uit staren. Naast hem Zoli, de man van Renate. Renate zelf loopt met een mandje langs de rijen stoelen heen. "Kis pénz?" Kleingeld? We schamen ons, dat zijn we vergeten.






In de kerk vooral oudere dames, onder wie Marike Néni, van wie we in de oogstmaand ontelbaar veel paprika's kregen. "Boldog Karácsonyt!" zegt ze en geeft ons een luchtkus. Altijd zegt ze me wat in het Hongaars als ze me ziet, gebarend met haar handen. En zodra ze merkt dat ik er weer niets van heb begrepen, lijkt ze met een wegwerpgebaar te zeggen: "Ach, ooit leer je het wel."


Voor het eerst sinds mijn twaalfde vouwde ik mijn handen weer tot een kommetje om het lichaam van Christus te ontvangen.


Na de viering vraagt buurvrouw Agota of we zin hebben in een wijntje bij haar thuis. Agota en en haar man Mátyás leerden we enkele maanden geleden kennen. Mátyás werkte een tijdje in het buitenland en spreekt vloeiend Engels. Agota werkt voor Duits bedrijf en spreekt steeds beter Duits. Ze zijn omstreeks de 50 en hebben elk kinderen uit een ander huwelijk. Nadat ze elkaar op latere leeftijd hadden ontmoet, woonden ze een tijdje op een flat in de grote stad Pécs. Enkele jaren geleden kochten ze een huis in dit dorp. Ze wilden meer ruimte en totale rust.


Behalve flessen wijn, staat voor ons een traditionele Hongaarse kerstdis op tafel: vissoep (meerval) met wit brood. Wanneer de soep is opgediend en ik de eerste lepel binnen heb, kijk ik verbaasd op: "En jullie?"

"We hebben vanmiddag al een bord op. Van deze soep eet je geen twee porties op 1 dag... Too much."

Tijn kijkt me aan: "Een Hongaar vindt dit ook doodgewoon: gasten te eten geven en zelf niet mee-eten", zegt hij glimlachend - in het Nederlands.


Tijdens onze gesprekken - overgoten met wijn - komt Orbán altijd wel even ter sprake. Niet alleen de Hongaarse analisten die we spraken, ook onze buren zijn teleurgesteld in de politieke campagne van Márki-Zay, de kandidaat die in oktober door het oppositieblok naar voren werd geschoven. "Hij slaat stoere taal uit", zegt Agota. "Hij imiteert Orbán", vult Mátyás aan. "Dom", gaat hij verder, "op dit terrein is Orbán simpelweg de beste." De hoop op betere tijden voor Hongarije hebben ze opgegeven. En ze berusten naar eigen zeggen 'stoïcijns' in hun lot. Je kan je elke dag opwinden over het feit dat heel wat Hongaren zo dom zijn voor Orbán te stemmen, of je kan je hierbij neerleggen. Wij kunnen hier niets aan doen, is hun instelling.


"Ik heb dit huis, deze tuin, in dit mooie dorp, en weet je: de rest kan me inmiddels gestolen worden", zegt Agota. Ze werpt haar handen in de lucht waarbij ze de 'boze buitenwereld' van zich af lijkt te duwen. Hier wonen niet meer dan 140 mensen. 140! Dit is een paradijs, gaat ze verder. "Hongarije is zo'n buitengewoon mooi land", zegt Mátyás. De natuur, de glooiingen van het landschap. Hij vertelt over de hardlooprondjes die hij dagelijks maakt in de uitgestrekte omgeving van het dorp. "Zodra je de begraafplaats op het hoogste punt nadert, is het muisstil: je hoort letterlijk niéts meer". Bevlogen vertelt hij over de wilde ganzen, de gekste soorten, de wilde zwijnen, arenden en herten die hij elke dag ziet.


"En weten jullie waarom László naar dit dorp is verhuisd?" vraag ik. Ik ontmoette László een paar dagen eerder in het kultúrház waar we koekjes bakten met andere dorpelingen. Gescheiden, kinderen net de deur uit. Ook hij heeft een tijdje in het buitenland gewoond, in Groot-Brittannië, en spreekt uitstekend Engels. "László is zelfs een Bekende Brit", zegt Mátyás. "Kampioen gewichtheffen!" Nu stel jij je vragen bij zijn move naar het platteland, maar weet je wat nog fenomenaler is? lacht hij. Een Nederlander én een Belgische - met thuis een goeie job - die naar een godvergeten dorp in Hongarije verhuizen! Ik weet wel zeker dat de mensen uit het dorp jullie het méést exotisch vinden...


* de namen zijn Hongaars, maar fictief















































65 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven