top of page
  • Foto van schrijverTinne Horemans

Treintjes en getreiter. Over het ‘cohesie’-fonds, de grootste geldpot van de EU

In de rubriek ‘Babbel in de bubbel’ schrijft Tinne Horemans, eindredacteur van Brusselse Nieuwe, om de week over mistige woorden, ingewikkelde begrippen en curieuze fenomenen in de Brusselse bubbel.


Weet je het nog? Uit de les natuurkunde? ‘Co-he-sie’. Voor wie net als ik minder goed heeft opgelet: het gaat om de aantrekkingskracht tussen moleculen van één en dezelfde stof. Neem nu water. Waarom wordt water uit een slecht dichtgedraaide kraan een druppel? Antwoord: door de ‘cohesie’ tussen de watermoleculen.


Cohesie!


Hoe onaantrekkelijk het woord ook klinkt, een taalambtenaar in de Brusselse bubbel moet destijds (het fonds werd opgericht in 1994) hebben gedacht: hé, wacht, zoeken we nog een naam voor de grootste geldpot in Europa? Ik héb wat. Cohesie!

En zo gek was het idee ook weer niet. Want het doel van dit fonds is de ontwikkelingskloof tussen de verschillende EU-regio’s verkleinen – of de cohesie tussen al deze regio’s vergroten – door middelen te herverdelen tussen de rijkere en de armere gebieden.


Het geld uit het fonds gaat naar lidstaten waarin de economische welvaart (‘bni’ in jargon) lager is dan 90 procent van het EU-gemiddelde. Ex-communistische landen in Midden- en Oost-Europa zijn de voornaamste begunstigden. Tijdens de huidige EU-meerjarenbegroting (2021-2027) ontvangen 15 lidstaten cohesiegeld: Bulgarije, Cyprus, Estland, Griekenland, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en Hongarije.


Schoon vervoer


In het fonds zit heel wat geld. Ongeveer 34 procent van de EU-uitgaven gaat in die pot. Voor de huidige meerjarenbegroting (die van 2021-2027) gaat het jaarlijks om ongeveer 48 miljard euro.


Lees de column verder op Brusselse Nieuwe

8 weergaven0 opmerkingen
bottom of page